QuantaMap ontwikkelt meetinstrumenten waarmee fabrikanten van quantumchips kunnen zien wat er op nanoschaal misgaat in quantumchips. Dat is cruciaal om quantumtechnologie van lab naar industrie te brengen. In BioPartner 4 in Leiden ontmoeten we Johannes Jobst, CEO en founder van QuantaMap, voor een interview.
Waarom ben je in deze regio gaan ondernemen?
‘Het was geen strategische keuze, maar een logische,’ zegt Jobst. ‘We zijn een spin-off van de Universiteit Leiden. De technologie is hier ontwikkeld, dus hier starten lag voor de hand.’ Die keuze blijkt uitstekend: via BioPartner en de Quantum-incubator van QDNL beschikt het bedrijf over goed uitgeruste, schaalbare werkruimten en hebben ze toegang tot de nanofabrication cleanroom en engineering workshop van de Universiteit Leiden.
Daarnaast is de locatie centraal en goed verbonden met de regio. ‘Wat deze regio uniek maakt, is hoe compact alles is. Delft ligt op twintig minuten afstand en daar zitten voor ons veel relevante stakeholders. Vanuit mijn Duitse perspectief is dat één stad. Die nabijheid zorgt voor snelle samenwerking en een open cultuur’.
‘Je zoekt elkaar makkelijk op, wat essentieel is als je snel wilt vernieuwen en opschalen. Iedereen is open en bereid om samen te werken.’
Wat doen jullie precies?
‘Vergelijk het met de klassieke chipindustrie. Daar controleer je tijdens de productie continu wat er gebeurt. Zonder die checks zou maar zo’n 40% van de chips werken. Bij quantumchips bestaan die tools voor monitoring nog niet.’ Het gevolg is groot: ‘Soms werkt maar 10 tot 20% van de chips, terwijl ze miljoenen kosten.’
QuantaMap brengt daar verandering in. ‘Wij meten de werking van chips bij minder dan 1 Kelvin, dat is –272 graden Celsius, bijna het absolute nulpunt. We zien niet alleen hoe een chip eruitziet, maar ook hoe hij zich gedraagt.’ Hij laat het resultaat trots zien. Je ziet elektrische stromen letterlijk om defecten heen buigen.
‘Onze technologie maakt defecten in quantumchips zichtbaar. Dat is volledig nieuw én hard nodig. We gaan eindelijk het mechanisme begrijpen waarom quantumchips falen’
Wist je dat?
- Quantumchips worden getest bij ongeveer –272 °C: een van de koudste omstandigheden in het universum, net boven het absolute nulpunt. Juist daar worden quantum-effecten zichtbaar.
- Deze extreme kou heeft ook een link met Leiden: natuurkundige Heike Kamerlingh Onnes bereikte hier al in 1908 temperaturen van ongeveer –269 °C en legde daarmee de basis voor ontdekkingen zoals supergeleiding. Leiden blijft zo verbonden met de koudste experimenten ter wereld.
Welke hobbels kwam je tegen bij de start?
‘Geld is altijd een factor, maar techniek misschien nog wel meer. Hardware laat zich niet forceren. Een cryostaat (een koelkast die tot 1 Kelvin kan koelen) heeft gewoon een levertijd van ongeveer zes maanden. Meer geld verandert daar niets aan.’
Ook organisatorisch was het pionieren. ‘We moesten afspraken maken over intellectueel eigendom (IP) met de universiteit. Dat duurde langer dan verwacht, omdat dit type spin-off hier nog relatief nieuw was. Gelukkig hebben we die hobbel samen met het tech transfer office van de universiteit genomen.’
Wat brengt het netwerk en wat mis je?
‘Het netwerk is sterk. Iedereen helpt elkaar, ook praktisch. We werken bijvoorbeeld nauw samen met QuantWare in Delft. We gebruiken hun chips om beter te begrijpen waar prestaties verloren gaan. Die directe feedback versnelt de verbetering van onze technologie en geeft een voorsprong in de wereldmarkt.’ Daarnaast werkt QuantaMap samen met partijen als TNO in consortia. Door kennis en infrastructuur te combineren, wordt de stap van onderzoek naar toepassing versneld. Jobst ziet ook kansen in een sterkere koppeling met de life sciences-sector in Leiden.
‘Quantum kan helpen om moleculen te simuleren en medicijnontwikkeling te versnellen.’
Hoe blijf je wendbaar als ondernemer?
‘Door focus en slimme keuzes. Dat hebben we geleerd tijdens het Venture Academy-programma van PLNT Leiden. Dat was heel waardevol.’ QuantaMap groeide bewust met subsidies en leningen. ‘Zo hielden we controle en flexibiliteit. Tegelijk kun je niet alles tegelijk doen. Je moet kiezen en specialiseren. Wij focussen op diagnostiek. Dat is onze rol, en daar willen we in uitblinken.’
Waar zie je kansen voor kruisbestuiving?
‘Die zijn er meer dan je denkt. De technologie wordt ook verkend in ruimtevaart en defensie. De onderliggende fysica is hetzelfde, waardoor doorontwikkeling naar andere toepassingen logisch is. We moeten elkaar vaker opzoeken.’
En quantum life sciences in Leiden?
‘Dat is een enorme kans. Maar iemand moet die brug echt bouwen. Daarvoor zijn toepassingen en integratie nodig. De sector is sterk gespecialiseerd, iedereen focust op een deel, maar er ontbreekt nog een partij die het geheel samenbrengt of toepassingen ontwikkelt.’
Hoe ziet jouw ideale werkomgeving eruit?
‘Flexibel en schaalbaar. Als we morgen een extra lab nodig hebben, moet dat kunnen. Maar uiteindelijk draait het om mensen. Een sterk team en een goede sfeer maken het verschil.’
Wat raad je andere ondernemers aan?
‘Gewoon beginnen.’ Nederland biedt volgens Jobst een goede basis: ‘Er is kapitaal, een netwerk en bereidheid om te helpen.’
Zijn belangrijkste advies: ‘Praat met mensen die het al gedaan hebben. Dat versnelt alles.’
Dit interview kwam tot stand in samenwerking met PLNT Leiden.